In West-Afrika worden Westerlingen vaak gezien als een hogere klasse. Blanken worden geassocieerd met rijkdom. Rijkdom = succes = geluk= het kunnen onderhouden van een vrouw en kinderen. Afrikanen zijn vaak niet rijk maar doen alles om dit te lijken. Mooie kleren en dure auto’s zijn het eerste dat een Afrikaan met geld aanschaft.
Floor en ik zijn karige Hollanders op bezoek in Ghana. We verblijven op het universiteitsterrein van de KNUST, in Kumasi. Hier wonen volgens zeggen 30.000 mensen, v.n. studenten. Het is een groot, rustig terrein met verschillende faculteiten en flats (hostels) waar de studenten wonen. Een jaar huur kost hier zo’n 1500 cd (1 euro is 1.94cd, dus nog geen 750 euro). Dit lijkt voor ons weinig maar voor de gemiddelde Ghanees, die geen subsidie van de overheid ontvangt, is dit een enorm bedrag. Het betekent dat Ghanezen niet vanzelfsprekend naar de universiteit kunnen. Wij worden om 06:00 in de ochtend van het vliegveld in Accra, dat 4uur van Kumasi ligt, opgehaald door onze privĂ© chauffeur, Eric Martin. Een enorme Nissan Jeep van het ‘department of community health’ blijkt ons vervoersmiddel te worden. Onwennig en slaperig stappen wij in en laten ons naar Kumasi rijden.Later blijkt dit de normaalste zaak van de wereld te zijn. Zo verschaffen wij, vanaf het moment dat wij nog in het vliegtuig zitten al een baan die niet wij maar de overheid van Ghana financiert.Onze mentor in Ghana heeft voor ons een plekje gereserveerd in het SMS (school of medical sciences) guesthouse. Hier is luxe in overvloed: airco, tv en zelfs een koelkast op de kamer. Samen met Floor op de kamer voor 37cd per nacht. Hier gaan onze spaarlampen branden en zodra we te horen krijgen dat het naast gelegen guesthouse maar 13cd per nacht is, is de keuze snel gemaakt en checken we de volgende dag al uit. In Kumasi zijn we om te acclimatiseren om volgens plan ons reeds in Nederland geschreven projectproposal uit te voeren in de primitieve Upper West Region (Lawra). Dit houdt in: het verzamelen van een enorme hoeveelheid data om dit vervolgens te digitaliseren en te analyseren. Zoals je kan verwachten van Afrika loopt alles ten eerste een stuk trager dan je gehoopt had en ten tweede loopt het allemaal niet volgens plan. De eerste dag vinden we het nog logisch dat we onze begeleider, dr. Easmon, niet te spreken krijgen. We hebben nog geen lokaal telefoon nummer dus communicatie is nog moeilijk. Ondertussen hebben we een nummer (bellen is hier bijna gratis): 0546871277, maar door drukte lijkt het pas mogelijk te zijn de derde dag (vandaag: 14/02/2010) Easmon in levende lijve te spreken te krijgen.De verwachte data blijkt niet te bestaan maar morgen weten we meer over de data die er wel is. Het gaat om beduidend minder data wat theoretisch zou kunnen betekenen dat we sneller klaar zijn. We krijgen echter te horen dat de 3-4 weken die we in eerste instantie gepland hadden om naar de Upper West te gaan waarschijnlijk niet genoeg zijn om de data te verzamelen. Geduld met de instanties waarvan we de data moeten zien los is belangrijk omdat data niet snel vrijgegeven wordt. Het Afrikaanse code woord is hier dus: geduld.
Positief is de vriendelijkheid van onze begeleider, hij heeft het enorm druk, reist veel en houdt zich vooral bezig met het implementeren en ontwerpen van nieuwe interventies ter voorkoming van kinder- en neonatale sterfte. Een goede man die bereid is veel voor ons te betekenen. Helaas heeft hij het zo druk dat we pas volgende week vrijdag naar de Upper West kunnen vertrekken (hij zal met ons meegaan). In de tussentijd krijgen we al (base-line) data van voor de interventies die we kunnen analyseren. Project Proposals zullen worden omgegooid en op zijn Afrikaans worden herschreven.
maandag 15 februari 2010
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten