Zoeken in deze blog

woensdag 7 april 2010

The Upper West, Het Wilde Westen

Missie: 300 moeders met kinderen onder de vijf jaar interviewen in het rurale Lawra. Het bovenste weste district van Ghana. Waar mensen nog geen electriciteitsrekening, waterrekening of wat voor andere rekening dan ook hoeven te betalen. Waar mensen zonder zorgen een hele dag onder een mango boom kunnen liggen.
We gaan kijken of ze hun musquito-net wel voor hun kinderen gebruiken en het ‘hebben’ van bepaalde goederen en kennis over malaria hier invloed op heeft.

Verder kijken we of ze ORS, suiker en water in een 2:1 verhouding in een zakje op de juiste manier kunnen prepareren.

’20 jaar geleden waren er nog geen wegen, tegenwoordig kun je er wel wat eten op straat kopen. Jullie kunnen in ieder geval in het ziekenhuis eten.’ ‘Jullie hebben stroom’. Dit was de briefing die we van onze supervisor in Kumasi kregen. Hij heeft in het verleden zelf jaren in Lawra (the upper west) gewoond: ‘als ik werk kan doen dat ik leuk vind maakt het me niet uit waar ik woon’.

Vanuit de tweede grootste stad van Ghana. Westers en overvloed aan eten, auto’s en actie. Wat zal Lawra voor ons in petto hebben?

Ja, we moesten weken wachten op groenlicht om onze missie in de Upper West te beginnen. Met blanken die te gast zijn mogen geen risico’s worden genomen, met alle respect. Er wordt van ons verwacht dat we ‘pamphered’ (verwent) zijn. Vergeleken met de mensen in de Upper West zijn we dat zeker. Hier staan de Akan, de zuiderlingen zelf bekend als veel eisend.
Het was de dreiging van een nog onbekende strain meningococcen (bacterie) die al aan 17 mensen het leven had gekost die ook ons het leven zuur maakte.
Volgens Ellis (een Ghanese dokter en onderzoeker werkende in het meest luxe gebouw van de universiteit: De KCCR, Kumasi center of collaberative research, en vriend van onze begeleider Charles uit Nederland) kon de prevalentie (het voorkomen) van meningitis wel oplopen tot 60%!
Dan is de kans als je niet gevaccineerd bent of nog geen immuniteit hebt opgebouwd wel erg groot om ziek te worden. Floor is nooit gevaccineerd tegen enige vorm van meningitis. De kranten stonden er bol van, gelezen door de upper class en de studenten op de universiteit.

Zal het dan eindelijk zover zijn? Zal Woensdag 17 maart de grote dag worden?
We zouden vroeg in de ochtend worden opgehaald. We wachten en wachten. We worden gebeld: ‘de auto moet eerst nog zijn banden verwisselen.’
Om 13.00 zitten we dan eindelijk in een volgestouwde jeep die sowieso al naar de Upper West zou rijden. De chauffeur heeft zijn banden niet gewisseld. De achterbak was volgeladen met meubels en een deel van onze spullen paste hier niet meer bij en wordt bij ons op de achterbank geplant.
Als er vervoer is moet je er ook gebruik van maken.

Het eerste stuk van de zeven en een half uur durende reis komen we langs hutjes die ‘plantain’ verkopen (bakbanaan); de chauffeurs willen vier trossen kopen maar zijn niet tevreden met de prijs. Echt afgedongen wordt er hier niet.
De volgende hut is raak (misschien omdat wij in de auto blijven zitten?). De trossen worden op de auto gebonden en we vervolgen in een abnormaal hoog tempo onze reis. De wegen zijn goed en met een gemiddelde snelheid van 100-120 komen we in Lawra aan als het nog geen 21.30 is.
Alleen het laatste stukje van de weg is nog onverhard maar daar trekt de jeep zich niets van aan (Toyota Hillux), in de duisternis rijden we een echte rally en scheuren we over de hobbels met een tempo dat ondertussen iets vermindert is tot 100 km/u.

We verblijven in een ‘guest-house’, nee die luxe had ik niet verwacht. De airco en koelkast van ons vorige ‘guest-house’ hebben we ingewisseld voor een ventilator en een bar aan de overkant die koud water verkoopt. Verder hebben we veel meer ruimte en koken we in plaats van op gas op houtskool.
Het meest luxe is dat we kunnen douchen. Lawra heeft een centraal water netwerk (watertoren). Het stroom is hier pas drie keer uitgevallen in toch al bijna 3 weken. Dat gebeurd in Kumasi toch veel vaker. Misschien omdat bijna niemand er hier gebruik van maakt?

De mentale luxe wordt steeds duidelijker. We hoeven ons niet meer te ergeren aan een te drukke supervisor en kunnen eindelijk aan de slag en werken 5 dagen in de week. We krijgen overzicht over het leven in Nederland. Onze begeleider hier is: Dr. Sandaare, medical director. Hij staat aan het hoofd van het ziekenhuis in Lawra. Het grootste ziekenhuis van Lawra district. Zo’n 100 patiënten verblijven hier afgezien van alle losse consulten (outpatients). Het werk wordt gedaan met 4-5 artsen. Twee hiervan komen uit Cuba (die hier 2jaar verblijven). Dr. Sandaare is een enorm vrolijke man met altijd een grote lach op zijn gezicht. Boven zijn bureau hangt een oud printje met 10 regels: hoe een goede leider te zijn en geen baas. De mooiste regel vind ik: de baas zegt wie het fout heeft gedaan, de leider zegt wat er verkeerd is gegaan.
De eerste ochtend heeft hij alle tijd voor ons. Zijn mobiel staat niet altijd aan en er is geen internet in het ziekenhuis. Zo kan het dus ook.

Verder is er de DHMT, een gebouw met kantoren (op zijn Afrikaans dan) waar een afdeling voor maternale gezondheid, voeding, data verwerking en public health is. Het komt allemaal goed georganiseerd over. Duidelijk is dat wij komen kijken naar de ‘effectiviteit van een door Unicef geïmplanteerde interventie, namelijk de C-IMC’. Alle jeeps (die toyota Hilluxen dus), zijn Unicef gesponsord. Edwin een field worker, kent alle communities die we gaan bezoeken en zal ons bijstaan als chauffeur en vertaler.

De eerste dagen hebben we nodig om te acclimatiseren. We zijn allebei erg moe en moeten het ritme nog vinden. Zelf heb ik 2dagen last van een in de middag opzettende hoofdpijn; zinna aminna pouriaga. De zon is te heet. De eerste regen is volgens de verhalen pas rond eind april te verwachten: wat betekend 1-2x in een maand.

Afgezien van het feit dat we blij zijn dat we eindelijk onze handen uit de mouwen kunnen steken zijn de weekenden prima toeven.

Het eerste weekend gaan we samen met Edwin en Richard van de afdeling data (invoer) naar de rivier. Het is mistig, dat betekend zand uit de sahara voor de zon, een dag die uit te houden is qua temperatuur en zon.
De mogelijkheid om te wandelen? Volgens Edwin is het 7 kilometer lopen naar de rivier, dus dat gaat niet gebeuren. Edwin heeft een brommer in gebruik van de Ghana Health Service (waarvan wij er ondertussen ook één tot onze beschikking hebben) en dat betekend dat hij de laatste twee jaar aardig wat kilo’s is aangekomen. Enigszins lui is maar niettemin een enorm goede kerel is!
Zijn uitstraling is die van een vrolijke, van het leven genietende Afrikaan. Het is me al eerder opgevallen, de mensen zien er over het algemeen veel vrolijker uit.

De Volta rivier is een verkoeling, geen enge ziektes alleen visjes die aan je huid knabbelen als je te lang stil staat in de rivier. Zelfs een hap uit Floor zijn moedervlek hebben genomen (tot bloedens aan toe). Het water stroomt en is koel zeker vergeleken met het Bosumptwe meer waar we in Kumasi in gezwommen hadden.
Het is geen grote onderneming om naar de overkant van de rivier te waden en de oever op te klimmen: we zijn in Burkina Faso!

Floor ziet met zijn getrainde oerwoud oog apen in de verte en weet ze met zijn digitale wapen vast te leggen. Helaas zijn ze te schuw en zal ik het moeten doen met het digitale aftreksel. De apen opereren in grote groepen en zijn erg schuw omdat ze anders bij bosjes worden neergeschoten. De jongens die we de tweede week tegen komen bij de rivier vertellen dat een jongen pas een kleine aap doodde; ze verafschuwen het. Toch hebben zij ook wel eens apen vlees gegeten.

De volgende week gaan we groter stuk wandelen en verkennen we een stukje van Burkino Faso. We komen verlaten hutjes tegen die in het regenseizoen van de seizoens-boeren zijn. Grote potten en lege varkenshokken. Alleen aan de rivier kan er het hele jaar geboerd worden. De rest van de mannen zijn de afgezien van het regenseizoen werkeloos. Niet lui.
Tijdens een gesprek met de chief en de ervaring in een kleine community (waar we in principe 10 moeders moesten interviewen en er maar 3 konden vinden) blijken er weinig jonge mannen en vrouwen aanwezig te zijn (althans nu in het droge seizoen). Allen trekken steeds vaker naar de grote steden in het Zuiden (Kumasi en Accra). Enerzijds voor vermaak anderzijds om een paar pesoes te verdienen om hiervoor wat mest/ kunstmest te kunnen kopen om zo de redelijk arme grond wat nieuw leven in te blazen in het regenseizoen.
De ‘oudere’ vrouw doet echter het zware werk: het zorgen voor de kinderen en dat er eten op grond staat. Oud worden de vrouwen hier echter snel met de kinderen op de rug en misschien wel 15-20kg op hun hoofd kilometers door de zon lopen.

Maargoed. Ik was over het tweede weekend aan het vertellen. Dat we Burkino in waren gelopen.
Het enige leven dat we die dag tegen komen zijn wat vee houdende jongens die weg duiken voor Floor’s zwarte wapen. Ze zijn verlegen en hebben waarschijnlijk nog nooit blanken (laat staan zo’n grote camera gezien) gezien. We horen later dat dit de Fulani zijn. Zij komen uit Mali, waar zij Het Melkvolk genoemd worden. Aangenaam.

Hoewel we hier pas bijna 3 weken zijn lijkt het al een eeuwigheid. Niet omdat we ons niet vermaken, in tegendeel. Omdat we leven. Ons leven heeft ritme. We staan op als het ligt wordt (06:00-06:30) en gaan twee uur na het donker worden slapen (21.30-22.00).
In Kumasi hadden we besloten om elke week naar de kerk te gaan. Wat voor ons inhoud, als het niet met onze goede vriend Papanti (die ons een djembé heeft leren maken) naar de Pentacoast church is, dat wij de natuur in trekken om al het moois om ons heen te aanbidden. Nee. We moeten een alternatief hebben als ons wordt gevraagd of we geloven.
Hier is 80-90% christelijk, penta-coast, methodist, baptist, catholic, ik weet niet hoeveel verschillen je tussen de christenen hebt maar het is aanzienlijk. De britten en de amerikanen zijn rivalen: wie haalt er het meeste geld uit Afrika? De donaties die de Afrikanen doen gaan soms naar Amerika of Engeland waar een blanke ervan leeft. Duidelijk dat de bijbel op verschillende manieren geïnterpreteerd kan worden.

De mensen begrijpen als je langer met ze aan het praten bent beter dan verwacht dat je geen groep; dat de christenen uiteindelijk zijn, wilt volgen. Zolang je in ‘iets’ gelooft is het goed. Het ietsisme krijgt ook hier volgelingen. In de cummunities die we hier bezoeken komen we christenen en toch ook nog een aanzienlijk deel moslims en traditionalisten tegen. 4 van de 150 moeder tot nog toe noemen zich ‘free-thinkers’.

Aangezien het nu 07.15, 7 april en ik een uur geleden te horen heb gekregen dat we vandaag niet gaan werken kan ik niet al te veel meer uitwijden. Edwin heeft maandag op het feest bij de rivier zijn knie geblesseerd en kan zijn been niet meer strekken. Mijn naamgenoot Mark moet helpen bij de ‘child welfare clinics’ en zodoende zijn we gedwongen vandaag naar Waa te gaan (als we nog iets nuttigs willen doen). We gaan 90 kilometer naar het zuiden om ons paspoort op te halen die bij de ‘immigration office’ op ons wacht.

In het kort zou ik nog willen uitwijdden over Edwin. Die eigenlijk helemaal niet zo gelukkig is. Nu hij zo dik is denken de meeste Afrikanen dat hij welvarend is en wordt verwacht dat hij zijn rijkdom deelt.

De meningitis bleek voor ons helemaal geen probleem te zijn (afkloppen). Alleen Jirapa het naastgelegen district had hier problemen van ondervonden. Na het arriveren van de peperdure vaccins uit amerika (van de WHO) werd duidelijk dat het niet om een nieuwe soort ging maar om een al eerder opgedoken soort uit Burkino Faso waar ook al een vaccin tegen was (en natuurlijk veel goedkoper had kunnen zijn). De communicatie tussen de buurlanden is slecht waar het gezondheidssysteem klaarblijkelijk onder lijdt.
De communities die wij bezoeken hebben geen meningitis gehad. De prevalentie van 60% is een angstig cijfer.

De muggen lijken nu ook geen groot probleem te vormen. Het is heet, er is geen water en zo af en toe komt er vliegtuig over vliegen die wat gif over ons neerstort. In ons guest-house met deurtjes die dichtklappen en gaas voor alle ramen en deuren komt er geen mug binnen.

Hoe slecht is het als ik geen musquito net gebruik?

Groeten aan iedereen in Nederland.
We have to get out of here.

woensdag 3 maart 2010

De Dean heeft het koud

Vandaag is het drie maart. Over ander halve week zijn we hier alweer een maand.
Toch duurde februari dit jaar maar 28 dagen en zijn we hier dus pas iets langer dan twee weken.
Ik schat nog geen 5000km hemelsbreed verderop, heb ik het gevoel alsof ik hier al een eeuwigheid ben. Misschien omdat er productief gezien nog maar weinig van onze stage terecht is gekomen maar toch al zoveel is gebeurd.

De status: de eerste week hebben we ons enorm druk gemaakt, ingezet zodat we maar zo snel mogelijk aan het werk konden. Dit resulteerde in: wachten, uitstel en een supervisor die niet duidelijk aangaf wat we konden en kunnen verwachten. Met moeite werd er data met ons gedeeld dat we nu in ieder geval kunnen analyseren. Een ander die deze data ook gebruikt voor zijn Phd belemmert dat wij maar 1/8 van alle data hebben bemachtigd.
De data die we in eerste instantie verwachtte was sowieso niet aanwezig. We hebben nu de gegevens van 300 vragenlijsten uit de Upper West (district Lawra), 2006, voor de interventie van de C-IMC (een programma waarbij in elke communitie een vrijwillige community health worker krijgt). Mijn onderzoeksvraag: of de socio-economische status effect heeft op het gebruik van een musquito-net lijkt inderdaad bevestigd te worden. Toch; de grootte van het effect lijkt gering.

Het plan was om zo snel mogelijk zelf ook richting de Upper West te gaan om in dezelfde communities (gemeenschappen) waar we nu data van hebben, een aantal vragen uit deze vragenlijst opnieuw te stellen en vervolgens beide uitkomsten (van 2006 en 2010) met elkaar te vergelijken om zo de effectiviteit van de C-IMC vast te stellen.

Eens in de 10 jaar is er echter een epidemie dan wel een outbreak van meningitis in Ghana. Zo ook dit jaar, hoewel er nog geen 10jaar voorbij waren. De haard van de ‘outbreak’ bevind zich in het district naast Lawra waar wij heen zouden gaan. Het betreft een zeer virulente vorm van cerebrale spinale meningitis, die in iedergeval al 17 doden op zijn geweten heeft. Omdat het type nog niet is opgehelderd en er nog geen vaccin is werd ons niet toegestaan naar de Upper West te gaan.
Het schijnt dat er binnenkort een vaccin is en we dan eindelijk aanstaande dinsdag naar de Upper West kunnen. Dit blijft echter afwachten.

De westerse na-oorlogse invloeden zijn hier nog elke dag merkbaar. Zo hadden we eergister nog een gesprek met onze supervisor omdat we elkaars communicatie niet begrepen. Onze supervisor is (zoals iedereen zou moeten weten), altijd heel kort en dictatoriaal aan de telefoon omdat hij zijn geld niet aan telefoneren wil uitgeven. Nu zijn de Ghanezen ook wel achterlijk in hun telefoongebruik. De helft van de dag zitten zij aan de telefoon.
Verder dacht hij dat wij bij een ‘local’ gingen wonen uit geld gebrek. Dit terwijl wij alleen maar op bezoek gingen voor 2 nachtjes bij deze ‘local’, onze vriend Papinti, die ons leert hoe een djembé te maken. Na de misvatting, dat het ons niet om het geld ging en wij eindelijk begrepen dat onze supervisor behalve dictatoriaal ook echt bezorgd om ons was, was er geen probleem meer.

Totdat wij vandaag met de Dean, de hoofd van de faculteit der geneeskunde worden geconfronteerd. In de tijd dat we moeten wachten voordat we naar Lawra kunnen, moeten wij de thesis van een student hier controleren en hier een artikel over schrijven (de thesis is 100 pagina’s, een artikel 4). Hiervoor moeten wij veel analyses over doen en bespeuren we wel erg veel foutjes. Omdat onze supervisor, een verder ontzettende sympathieke man, ons vertelde dat we gebruik konden maken van een draadloos internet netwerk maar alleen hij en de Dean dat kon aanzetten en hijzelf vandaag niet aanwezig was gingen wij op zoek naar de Dean.
Het ging allemaal wel erg formeel. We komen in een erg frisse kamer en moeten even plaatsnemen en wachten op de tijd van het hoofd van de medische faculteit. Zelf gekleed in een ietswat grouw pak, een leger generaal gelijkend wordt ons al snel het misverstand duidelijk. Bij hem moeten we niet zijn. We excuseren ons en worden nog geen 3minuten later door onze supervisor gebeld. De dean heeft hem gebeld en is alles behalve tevreden met de manier hoe wij gekleed zijn. Nu valt mijn kleding nog mee: een toch nette donkere blouse, oké een korte broek en sandalen. Niet te vergeten het lange haar dat niemand hier heeft en een beginnend snorretje. Floor met een nomaden doek tegen de zon en hemd zonder mouwen steekt hier wel goed af. Maargoed. Het schijnt dus dat er een ‘dress code’ is waar ook wij ons natuurlijk aan moeten houden. En dat bij een tropische temperatuur van 40 graden.
De meeste studenten lopen hier in pak rond. Wat dat betreft zal ik blij zijn als we in Lawra zitten.
Juist in deze landen zijn er veel goede redenen te noemen waarom kleding niet zou moeten uitmaken. De vele arme mensen hier zouden ook een kans moeten krijgen. Verder is het wat de temperatuur betreft natuurlijk onbegrijpelijk (de kamer van de Dean daar gelaten).

Eight doctors arrive in Upper West to examine CSM outbreak
An eight-member team of experts made up of doctors, an epidemiologist, laboratory technologist, logistician and health promotion specialist, have arrived in Upper West to examine the spate of the recent outbreak of Cerebrospinal Meningitis that caused the death of 17 people in the region.
The team of experts, who arrived in the region on Wednesday, came from the rapid response team of the Ministry of Health (MOH) and the Ghana Health Service (GHS).
Dr Alexis Nang-beifubah, who spoke to the Ghana News Agency last Thursday concerning the outbreak of the disease, noted that the team had already been sent to the districts and work had begun.
He said the epidemiologist would assist in finding out how the disease started, how it developed and what could be done to contain it while the laboratory technician would help in examine all the laboratories at the districts to find out how they could be equipped to be able to contain the disease.
He added that the health promotion specialist would help in designing more appropriate messages to sensitize people on the dangers of the disease including some of the best practices they could adapt to prevent themselves from catching the disease.
The doctors, he noted, would assist in treating the patients while the logistician would be responsible for managing the resources that were being brought in by the World Health Organisation (WHO), MOH and the GHS to control the disease.
Dr Nang-beifubah hinted that currently the situation was stabilizing; adding that the vaccine had been approved by the WHO and would by next week arrive in the region for vaccination to begin.
He said the vaccine would only cover people between the ages of two to 30 years, stating that a directive had already been given to the affected districts to start preparations by identifying those who would fall within the age limit given by the WHO.
He indicated that the Jirapa District, which had been seriously hit by the disease, would benefit more from the vaccine.
Source: GNA

maandag 15 februari 2010

De Ghanees en zijn frapante gewoontes I

De tweede dag worden we rondgereden door onze chauffeur om wat ‘site seeing’ te doen. We mogen zelf zeggen waar we heen willen. We besluiten als eerste naar de ‘wood-village’ te gaan. Dit is een straat met allemaal kleine garage boxjes waar handwerklieden hun kunstwerken aan de man proberen te brengen. Het valt me op dat ik de houtsnijwerken vrijwel allemaal reeds eerder heb gezien in Mali (Bamako). Bij navraag, het kan ook niet anders, hebben de Malinezen het werk gekopieerd van de Ghanezen. De circel met aanelkaar verbonden mannetjes waar Stijn in Mali uren naar opzoek geweest is wordt hier direct gespot.

Ghanezen zijn een trots volk en hechten veel belang aan hun gewoonten. De groeiende economie (in iedergeval hier in de grote stad Kumasi) en het enorme geloof in Christus (veel mensen willen weten of je geloofig bent, de hele universiteit trekt in pak naar de kerk op zondag) doen misschien denken aan het na-oorlogse Europa? Na de oorlog was er echter een groot te kort aan fatsoenlijk eten.

In Kumasi zijn de mensen vergeleken met het platteland alles behalve ondervoed. Kinkey, Fufu, Plantain, Yaam, Cassave, bananen, avocades en ga zo maar door, zijn er in overvloed. Overgewicht is ook hier een opkomend probleem.We hebben veel over Fufu gehoord. We vragen Martin om ons naar een plek te brengen waar we Fufu kunnen eten. We komen terecht bij een zeer lokaal groepje vrouwen die ons de keuze geven uit antilope, kip of rund. Spannend, kiezen we antilope. Wat de boer niet kent dat vreet hij niet, komt als gedachte opzetten. Floor besluit dat we er eerst samen maar eens één proberen. Een sterk ietwat penetrant geurende soep met in het midden een deegbal wordt ons opgediend. We moeten onze handen wassen en beginnen met eten. De vrouw die heeft opgeschept begint hard en onverstaanbaar tegen ons te praten. We worden uitgelachen. Ik vind het vermakelijk maar het eten krijg ik maar moeilijk mijn strot door. Dan zegt martin dat je niet moet kauwen maar gewoon moet doorslikken. Dat probeer ik dan maar eens. Kokhalsend neem ik mijn laatste hap Fufu. En dan te bedenken dat je hem soms kan bestellen met rat en vrijwel alle Ghanezen niets lekkerders kunnen bedenken. Het schijnt dat er in de Upper West niet veel beters is en het is voor mij de uitdaging Fufu lekker te gaan vinden. Als ik Fufu lust is mijn doel bereikt.Uitgelachen werden we omdat we niet met één hand aten. Zodat je een hand schoon houdt waarmee je de vieze hand later kunt wassen.

De westerling deel I

In West-Afrika worden Westerlingen vaak gezien als een hogere klasse. Blanken worden geassocieerd met rijkdom. Rijkdom = succes = geluk= het kunnen onderhouden van een vrouw en kinderen. Afrikanen zijn vaak niet rijk maar doen alles om dit te lijken. Mooie kleren en dure auto’s zijn het eerste dat een Afrikaan met geld aanschaft.

Floor en ik zijn karige Hollanders op bezoek in Ghana. We verblijven op het universiteitsterrein van de KNUST, in Kumasi. Hier wonen volgens zeggen 30.000 mensen, v.n. studenten. Het is een groot, rustig terrein met verschillende faculteiten en flats (hostels) waar de studenten wonen. Een jaar huur kost hier zo’n 1500 cd (1 euro is 1.94cd, dus nog geen 750 euro). Dit lijkt voor ons weinig maar voor de gemiddelde Ghanees, die geen subsidie van de overheid ontvangt, is dit een enorm bedrag. Het betekent dat Ghanezen niet vanzelfsprekend naar de universiteit kunnen. Wij worden om 06:00 in de ochtend van het vliegveld in Accra, dat 4uur van Kumasi ligt, opgehaald door onze privé chauffeur, Eric Martin. Een enorme Nissan Jeep van het ‘department of community health’ blijkt ons vervoersmiddel te worden. Onwennig en slaperig stappen wij in en laten ons naar Kumasi rijden.Later blijkt dit de normaalste zaak van de wereld te zijn. Zo verschaffen wij, vanaf het moment dat wij nog in het vliegtuig zitten al een baan die niet wij maar de overheid van Ghana financiert.Onze mentor in Ghana heeft voor ons een plekje gereserveerd in het SMS (school of medical sciences) guesthouse. Hier is luxe in overvloed: airco, tv en zelfs een koelkast op de kamer. Samen met Floor op de kamer voor 37cd per nacht. Hier gaan onze spaarlampen branden en zodra we te horen krijgen dat het naast gelegen guesthouse maar 13cd per nacht is, is de keuze snel gemaakt en checken we de volgende dag al uit. In Kumasi zijn we om te acclimatiseren om volgens plan ons reeds in Nederland geschreven projectproposal uit te voeren in de primitieve Upper West Region (Lawra). Dit houdt in: het verzamelen van een enorme hoeveelheid data om dit vervolgens te digitaliseren en te analyseren. Zoals je kan verwachten van Afrika loopt alles ten eerste een stuk trager dan je gehoopt had en ten tweede loopt het allemaal niet volgens plan. De eerste dag vinden we het nog logisch dat we onze begeleider, dr. Easmon, niet te spreken krijgen. We hebben nog geen lokaal telefoon nummer dus communicatie is nog moeilijk. Ondertussen hebben we een nummer (bellen is hier bijna gratis): 0546871277, maar door drukte lijkt het pas mogelijk te zijn de derde dag (vandaag: 14/02/2010) Easmon in levende lijve te spreken te krijgen.De verwachte data blijkt niet te bestaan maar morgen weten we meer over de data die er wel is. Het gaat om beduidend minder data wat theoretisch zou kunnen betekenen dat we sneller klaar zijn. We krijgen echter te horen dat de 3-4 weken die we in eerste instantie gepland hadden om naar de Upper West te gaan waarschijnlijk niet genoeg zijn om de data te verzamelen. Geduld met de instanties waarvan we de data moeten zien los is belangrijk omdat data niet snel vrijgegeven wordt. Het Afrikaanse code woord is hier dus: geduld.
Positief is de vriendelijkheid van onze begeleider, hij heeft het enorm druk, reist veel en houdt zich vooral bezig met het implementeren en ontwerpen van nieuwe interventies ter voorkoming van kinder- en neonatale sterfte. Een goede man die bereid is veel voor ons te betekenen. Helaas heeft hij het zo druk dat we pas volgende week vrijdag naar de Upper West kunnen vertrekken (hij zal met ons meegaan). In de tussentijd krijgen we al (base-line) data van voor de interventies die we kunnen analyseren. Project Proposals zullen worden omgegooid en op zijn Afrikaans worden herschreven.

dinsdag 2 februari 2010

Conflicten in West-Afrika

Momenteel zijn alle aanvullingen over ivoorkust/sierra leone/ liberia en guinea meer dan welkom. Informatie over visa is ook erg gewild. We hebben besloten onze electronische apparaten (laptop en video camera) te ruilen voor een fiets. We gaan goedkoop terug richting het westen. We gaan op de fiets en als we lui en moe zijn gooien we deze in de bus en doen we een paar 1000km met de bus.
We houden jullie op de hoogte.

Omdat gebroeders Geurts en Werz een mooie reis gaan maken, beginnend in West-Afrika, wil ik dit blog bericht alvast reserveren voor een inventarisatie van conflicten dan wel onrustigheid in dit gebied (danwel het afgelopen anderhalfjaar). Graag aanvullingen.

Because the Sahara brothers are planning a transsahara trip by moped, please help us to stay up2date what concerns local conflicts or other practical difficulties.

Ghana: John Atta Mills (democratic elected)
Ivoorkust
Liberia
Sierra Leone
Guinea: Moussa Dadis Camara, 23/12/08 coup.
Guinea-Bissau
Senegal
The Gambia
Mauretania
Mali
Burkina Faso
Togo
Benin

De 1% club. Marktplaats voor de hulpindustrie. www.1procentclub.nl

Waarom 1%LID:

Sinds vanavond ben ik ook officieel lid van http://www.1procentclub.nl/. Wat vinden jullie van een online marktplaats voor hulpindustrie?

Hier heb ik kort het idee dat ik en Stijn Nikander Dries hadden voor een volgend onderzoek in mijn profiel beschreven.

Een interessant vernieuwend concept. Het idee lokale behoeften mogelijk te maken (althans voor zij die toevallig op www.1procentclub.nl komen en überhaubt toegang tot internet laatstaan een computer hebben).
De keuze aan de consument is ook dubbelzijdig. Vaak weet men niet waar het geld naar toegaat. Niet alleen transparantie ligt hieraan ten grondslag maar ook de welwillendheid (motivatie) om te weten waar het geld naar toe gaat. Geven geeft een goed gevoel maar is dit gevoel van de hand letterlijk boven de ontvanger zijn hand te houden echt zo belangrijk? Voor veel mensen, denk ik, (onbewust) wel.
Positieve punten zijn enerzijds de risicospreiding die via publieke collectie totstandkomt en de creatie van "het samen een doel steunen", een gevoel van samenhorigheid. Toch weet ik niet of het doel van de hulpindustrie moet zijn zich als 'marktplaats' te profileren (overheden stoppen niet voor niets met bilaterale hulp aan Afrika, het klinkt alsof er iets mee te verdienen valt).

Aangezien wij na ons onderzoek met de brommer vanuit Ghana terug rijden zoeken wij nog sponsors.

©Het goede doel zal een onderzoek zijn naar de meest efficiente manier om een ziekenhuis op te richten in Afrika. Dit zal een samenwerkingsverband zijn van geneeskunde studenten en bouwkunde studenten. Mogelijk gecombineerd met educatie doeleinden in ontwikkelingslanden (kennis delen en vergroten). Veel artsen, instanties (zelfs oliemaatschappijen) en overheden willen (hulp)projecten starten in ontwikkelingslanden. Kennis hoe dit efficient aan te pakken ontbreekt vaak of is gefragmenteerd. Onstabiele regeringen, corruptie, transparantie, te weinig hoog opgeleide mensen, behoefte van de lokale bevolking, geld, wetgeving? Belangrijk is daarom om te weten waar je moet beginnen. Wat is belangrijk voor structurele hulp in Afrika? Aangezien er veel Westerse klinieken in ontwikkelingslanden zijn zal getracht worden inzicht te krijgen in de werk- en ontstaanswijze van deze klinieken/ ziekenhuizen. Hiervoor zullen uitkomstparameters worden bedacht (evt. met wetenschappelijke grondslag). Deze kunnen uiteenlopen van: de tijd dat een kliniek bestaat als onafhankelijke variable of in vergelijking met het aantal lokale werknemers op de werkvloer. Dan wel welk land het meest stabiel is of waar de overheden in zorg willen investeren zodat projecten minder het imago van 'hulp', dan wel een ondersteunend karakter krijgen. Anderzijds is het eerst belangrijk om in een 'pilot' de haalbaarheid van zo'n onderzoek te onderzoeken aan de hand van diepte intervieuws met projectontwikkelaars dan wel artsen in ontwikkelingslanden.
Om de deelname te vergroten zullen uitkomsten anoniem gepubliceerd worden met als hoofddoel toekomstige projecten efficienter te maken i.p.v. een controlerende functie. Aangezien er veel kritiek is op ontwikkelingshulp is transparantie en bewijs nodig. Verder is kennis nodig om de drempel die leidt tot initiatie van structurele projecten door mensen die niet weten hoe dit aan te pakken of hoogopgeleiden 'met kostbare tijd' te verlagen.

donderdag 14 januari 2010

Ijzeren ketenen met het verleden

Tijdens mijn eerdere reizen, de kinderlijke interrail vakantie door Europa, met de auto van Amsterdam naar Dakar en andere vervuilende 'snoepreisjes', werden mij al een aantal dingen duidelijk over verschillende volkeren in Europa. De arrogantie van de Fransen, de chaos in Italië die het volk in zijn greep houdt, de Spanjaarden die zich van de rest van Europa vervreemden door geen woord Engels te praten en de Portugezen... Wat weten we eigenlijk van dit kleine volkje? Van al deze landen lijkt op het eerste gezicht Portugal het armst. Of dat ook daadwerkelijk zo is en hoe dat dan mogelijk is heb ik mij vaker afgevraagd. Zij hebben toch zeker een bloeiende koloniale geschiedenis gehad.
Hoewel dit vanzelfsprekend geen voorwaarde hoeft te zijn voor rijkdom; kijk naar Noorwegen, Finland en het opkomende China, heeft dit vaak wel een rol gespeeld (UK, VS, NL, ES).

Columbus vertrok in 1492 vanuit Portugal om de indianen te herontdekken, ze spreken Portugees in Brazilië. Portugal ligt misschien niet op zo'n strategische handelslocatie als Nederland maar ze doen er in iedergeval hun best om Engels te praten en gedragen zich niet arrogant.
www.colonyalvoyage.com/geschiedenis_portugal_overzee/deel7/hoofdstuk_11.o.html
Portugal was ook actief in Afrika. Zij waren 100 jaar eerder dan de Nederlanders in Ghana. De goudhandel was lucratief. In 1593 zetten echter ook de Nederlanders voet aan wal in Ghana. Dit terwijl de Portugezen niet op bemoeienis zaten te wachten. Er werd gestreden tussen de beschaafde lieden om het goud. Tegenwoordig gaat die strijd niet om goud maar om olie, een troost is dat die zal opraken. Het goud raakte niet op maar er kwam een nog lucratievere manier om in 'Goudkust' dat in eerste instantie gespaard werd (de mensen waren nodig om het goud te delven) geld te verdienen. Mensen: een onuitputtende bron van inkomsten. Rond 1660 ontstond er in de koloniën van Noord en Zuid-Amerika een te kort aan manschappen. 10jaar later werden er alleen nog slaven vervoerd in de ruime Hollandse schepen. Elk jaar werden er zo'n 5000 Ghanezen naar Amerika verscheept. De Hollanders handelden vooral met de Ashanti een krijgshaftig volk in het midden van Ghana. Na 300 jaar 'handel' verdwenen de Hollanders eind 19e eeuw uit Ghana en werd het een Engelse kolonie. In 1957 werd het de eerste onafhankelijke kolonie van Afrika. Goudkust werd Ghana, vernoemd naar een oud mythisch Afrikaans rijk.
www.Soccer2soccer.nl/Ghana_nl.html